Zoals elke pyromaan weet, kun je een vuur beter op verschillende plekken tegelijk aansteken. Precies dat probeer ik sinds de publicatie van Plan van de Arbeid.

In de vorige post vertelde ik al over de eerste poging. Samen met Waag Futurelab wordt gewerkt aan een Nieuw Plan voor Werk. Dat gaat over het werk waarvan je zou wensen dat het over 25 jaar gedaan wordt. Hoe werken we dan? Op welke manier geven we met onze arbeid betekenis aan de samenleving en aan ons eigen leven? Hoe gaan we met ons werk grote maatschappelijke vraagstukken te lijf? De ambitie is om dat plan op te stellen met de mensen die nu nog te weinig gehoord worden: de doeners, makers en werkers, met hun praktijkkennis, idealen en ambities. Dat vraagt om andere, creatievere vormen en werkwijzen. Binnenkort hoop ik daar meer over te vertellen. Ook over de samenwerking met de Goldschmeding Foundation.

Maar met creativiteit en verbeeldingskracht alleen verander je de wereld nog niet. En zeker niet de wereld van werk. Als we willen ontsnappen uit een systeem waarin te veel van wat werkelijk van waarde is wordt uitgehold, zullen we dieper moeten nadenken over oorzaken en alternatieven. Verder moeten we dan initiatieven nemen en strijd voeren.

Wie zal daarvoor het initiatief moeten nemen? Dat zou wat mij betreft een belangrijke vraag kunnen zijn op de komende 1 mei: de Dag van de Arbeid. Voor mij ligt het voor de hand dat de vakbeweging hier een grote rol in speelt. De vakbeweging kan een nieuw maatschappelijk elan goed gebruiken. Een andere initiatiefnemer zou de milieubeweging kunnen zijn. Het zijn natuurlijke bondgenoten, alleen al omdat ze allebei strijden tegen de gevolgen van een economisch systeem dat gebaseerd is op uitholling. De een strijdt tegen de uitholling van de positie van werk, de ander tegen de uitholling van de natuur en de leefbaarheid van de aarde. Ik stel me als belangrijk onderdeel van dit initiatief een denktank voor die werkt aan een Sociaal en Groen Plan van de Arbeid. Daarin zouden ook vertegenwoordigers van de woonbeweging en burgerinitiatieven, en bijvoorbeeld kritische wetenschappers, vertegenwoordigd moeten zijn.

In de afgelopen twee jaar heb ik hierover al veel gesproken met bestuurders van de FNV en Milieudefensie. Er werd voorzichtig gesproken over een boek en een manifest. Helaas kwam het er niet van, mede door de interne problemen waarmee de FNV worstelde. Dat is meer dan jammer, want het belang van zo’n initiatief is groter dan ooit. Vooruitstrevende krachten hebben in deze sombere tijd dringend behoefte aan een wervend toekomstperspectief. Aan een beweging die meer doet dan alleen maar (terecht) protesteren.

Het belang is ook zo groot omdat onze verbeelding van de toekomst nu gekaapt dreigt te worden. Of anders geformuleerd: er is een dringende behoefte om enkele vanzelfsprekendheden in rapporten als die van Draghi en Wennink ter discussie te stellen. Ik zal me hier beperken tot twee.

De eerste is het idee dat we eigenlijk niet zoveel te kiezen hebben, en dus ook moeten moeten blijven streven naar het realiseren van de Grote Amerikaanse Droom. Dat betekent dat we door moeten gaan op het pad van ongeremde consumptiegroei. Dat de kapitaalmarkt natuurlijk geliberaliseerd moet worden. Dat regels die ons hinderen om de grote strijd te winnen moeten worden opgeruimd. Verder moeten alle kaarten worden gezet op potentiële concurrenten van de techsector: Europese reuzen die het opnemen tegen bedrijven als Google en Amazon.

Het verlangen naar een krachtig Europa is op zich te begrijpen. Maar dat de Amerikaanse Droom juist steeds meer kenmerken van een nachtmerrie krijgt, zou ons aan het denken moeten zetten. Een sterk Europa zou toch ook sociaal en groen moeten zijn. Een werelddeel waarin goed werk de norm is. Een Europa dat bovendien grenzen stelt aan de concentratie van economische macht, omdat we in landen als de VS en China zien dat anders de democratie en vrijheid reddeloos ten onder gaan.

Hiermee kom ik op de tweede vanzelfsprekendheid waar de rapporten van Draghi en Wennink blijk van geven: dat het verbeelden van de toekomst geen gedeeld of democratisch proces hoeft te zijn. Dat het eigenlijk veel beter is om daarbij een aantal relevante groepen bij voorbaat uit te sluiten. In het rapport van oud-ASML-topman Wennink hoor je bijvoorbeeld de stem van het midden- en kleinbedrijf niet terug. Uit de bijlage blijkt dat er in het geheel niet gesproken is met vertegenwoordigers uit de vakbeweging, milieubeweging en het MVO-ondernemerschap. Dezelfde monofocus op de belangen van bestaande grote bedrijven zie je in het rapport van Draghi.

Hopelijk wordt 1 mei het begin van een correctiebeweging. Het zou iets zijn waarmee de nieuwe voorzitters van FNV en Milieudefensie een prachtige start kunnen maken. Of moeten we zelf het initiatief nemen?

 

Hoe zit het nou met dat Plan? (2)